Posts tonen met het label 2 Quattrovox aansluiten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2 Quattrovox aansluiten. Alle posts tonen

23 juli, 2009

2 Quattrovox aansluiten

De Quattrovox wordt meestal aangesloten door een monteur van
KPN Telecom. Eerst legt hij het ISDN-hoofdstopcontact (het NT1-kastje)
in uw meterkast aan, waarmee u wordt aangesloten op het
ISDN-netwerk. Daarna plaatst hij ook de Quattrovox in de meterkast
en sluit hij de Quattrovox aan op één van de 2 aansluitpunten van
het NT1-kastje.
Vervolgens sluit de monteur de aanwezige bekabeling van uw
bestaande apparatuur aan op de Quattrovox. In de regel betekent
dit dat de monteur 1 poort in werking stelt en deze programmeert.
U kunt dan direct weer bellen en gebeld worden.
Het kan voorkomen dat u zelf de Quattrovox moet aansluiten, bijvoorbeeld
als u verhuisd bent. Daarom wordt in dit hoofdstuk uitgelegd
hoe u zelf de Quattrovox kunt aansluiten.

2.1 Quattrovox plaatsen

Plaats van de Quattrovox
De Quattrovox kan in de meterkast worden geplaatst of op een
andere plaats worden opgehangen. U kunt de Quattrovox ook op
een tafel plaatsen, bijvoorbeeld in de buurt van uw computer.
Houd in dat geval rekening met het volgende:
– Plaats de Quattrovox niet op meubelen die met synthetische lak
zijn behandeld. Het is mogelijk dat de kunststof voetjes en de
lak op elkaar inwerken, waardoor kringen kunnen ontstaan.
– Stel de Quattrovox niet bloot aan extreme warmte en/of direct
zonlicht.
– Plaats de Quattrovox niet op een koude of vochtige plaats.
– Plaats de Quattrovox niet direct naast een TV, radio, videorecorder
of computer. Bewaar altijd tenminste 50 cm afstand,
om storing te voorkomen.

Quattrovox aan de wand monteren
U kunt de Quattrovox in de meterkast of op een andere plaats aan
de wand monteren. Aan de achterkant van de Quattrovox is een
ophangpunt voor wandmontage. Recht onder het ophangpunt ziet
u een extra schroefgat zitten. Schroeven en pluggen zijn meegeleverd
in de verpakking van de Quattrovox. Een boormal is op de verpakking
weergegeven.

1 Houd de boormal tegen de wand op de plaats waar u de
Quattrovox wilt ophangen. Laat ten minste 5 cm ruimte vrij
rondom de Quattrovox om de kabels te bevestigen. Markeer
met een potlood de 2 boorpunten op de wand.
2 Boor gaten op de plaats van de 2 gemarkeerde punten.
3 Plaats de pluggen in de gaten.
4 Plaats alleen in het bovenste gat een schroef. Draai de schroef
niet helemaal aan.
5 Plaats de Quattrovox met het ophangoog over de schroef en
schuif het apparaat voorzichtig naar beneden (zie afbeelding 1).

2.2 Quattrovox aansluiten op telefoonnet

1 Steek de ene ministekker van de ISDN-kabel in het aansluitpunt
ISDN aan de achterkant van de Quattrovox (zie afbeelding 2, a).
> U hoort een klik als de ministekker goed vastzit.
2 Steek de andere ministekker van de ISDN-kabel in een van de
aansluitpunten van de NT1 (zie afbeelding 2, b) of in een ISDNwandcontactdoos.
Raadpleeg hiervoor de gebruiksaanwijzing
van de NT1.
> U hoort een klik als de ministekker goed vastzit.

2.3 Quattrovox aansluiten op elektriciteitsnet

> U hebt de Quattrovox aangesloten op het telefoonnet
1 Steek de ministekker van het adaptersnoer in het ronde aansluitpunt
Voeding aan de achterkant van de Quattrovox (zie afbeelding
3).
2 Steek de adapter in het stopcontact (zie afbeelding , d).
> De groene controlelampjes poort 1, poort 2, poort 3 en poort 4
gaan branden. Vervolgens knipperen ze kort en gaat het rode
controlelampje in bedrijf continu branden. Daarna gaan de
groene controlelampjes uit.

Let op!
De voedingsadapter kan warm worden. Dit is niet ernstig.

2.4 Quattrovox testen

Het is aan te raden om de Quattrovox voor gebruik te testen.
Daarvoor moet u een analoge telefoon aansluiten op de Quattrovox.
Aan de achterkant van de Quattrovox treft u hiervoor 4 aansluitpunten
aan. Ieder aansluitpunt hoort bij een poort van de Quattrovox
(zie afbeelding 4).
Het aansluitsnoer van uw telefoon of de telefoonkabel is aan het uiteinde
voorzien van een ministekker (RJ11) die u kunt aansluiten op
de Quattrovox.
> Voorwaarde is dat de Quattrovox op het NT1-kastje en op een
230V-stopcontact is aangesloten. Het rode controlelampje zal
dan branden.
1 Steek de ministekker van uw toestelaansluitsnoer of de telefoonkabel
in het aansluitpunt van de poort die u wilt testen (zie
afbeelding 4).
2 Neem de hoorn op van uw telefoon.
> U hoort een kiestoon.
3 Controleer of het groene controlelampje op de betreffende
poort brandt.
4 Toets een ander poortnummer in (1, 2, 3 of 4) en controleer of het
groene controlelampje van die poort gaat knipperen.
5 Voer eventueel dezelfde handelingen met de analoge telefoon
uit op een andere poort.

2.5 Quattrovox aansluiten op uw specifieke wensen

Nadat uw Quattrovox is aangesloten op het ISDN-netwerk, kunt u
zelf op basis van uw persoonlijke situatie bepalen hoe u meerdere
toestellen op de Quattrovox kunt aansluiten.
Aan de hand van een drietal praktijksituaties wordt uitgelegd hoe de
Quattrovox in verschillende situaties optimaal ingezet kan worden.

Deze praktijksituaties zijn het studentenhuis, het bedrijf/gezin en de
thuiswerker. Dit gebeurt per praktijksituatie aan de hand van de volgende
stappen:
1 Bepalen hoe uw telefoonnetwerk moet worden opgebouwd aan
de hand van uw specifieke situatie. Bepaal waar u in huis of in
uw bedrijf toestellen wilt gebruiken en op welke wijze u de
gesprekskosten op de nota wilt splitsen.
2 Toewijzen van verschillende poorten en nummers aan de juiste
personen en/of toepassingen.
3 Aanleggen van de bekabeling door uw huis of bedrijf en het
aansluiten van toestellen op verschillende poorten.
Bij de voorbeelden van de 3 praktijksituaties wordt ervan uitgaan
dat u de volgende 4 nummers heeft gekregen: 111 11 11, 222 22 22,
333 33 33 en 444 44 44.

Praktijksituatie 1: het studentenhuis
1 Situatie: U woont met 3 mensen in één huis en u hebt alle vier
een aparte kamer. U wilt dat alle bewoners een eigen uniek
nummer krijgen. U heeft geen behoefte aan een gemeenschappelijk
nummer.
2 Poorten en nummers toewijzen aan gebruikers: De Quattrovox
kunt u het beste zo programmeren dat elke huisgenoot een
aparte poort krijgt (zie tabel 1). Op deze manier garandeert u
dat iedereen een uniek nummer krijgt.


Op de nota van KPN Telecom worden per nummer, dus per
poort, de gesprekskosten voor uitgaand bellen vermeld.

3 Bekabeling aanleggen: Om de toestellen van de huisgenoten
aan te sluiten, zal vanaf poort 1 een kabel naar kamer 1 getrokken
moeten worden. Op kamer 1 plaatst u een telefoonstopcontact,
waarop de toestellen aangesloten kunnen worden.
Hetzelfde doet u van poort 2 naar kamer 2 etc.

Praktijksituatie 2: het bedrijf/het gezin
2 Situatie: U werkt/woont met meerdere mensen in één kantoor/
huis. U wilt één gemeenschappelijk nummer waarop iedereen
gebeld kan worden. Dit nummer kunt u dan aan gemeenschappelijke
collega’s, vrienden of familieleden geven. U wilt echter
ook per collega of bewoner een apart nummer. Bijvoorbeeld
omdat u de kosten van het telefoneren per afdeling op de nota
gespecificeerd wilt hebben of omdat de bewoners niet alleen
gezamenlijke vrienden hebben, maar ook afzonderlijke.
3 Poorten en nummers toewijzen aan gebruikers: Op poort 1 programmeert
u het algemene nummer als eerste. Op de andere
poorten programmeert u op de eerste plaats de individuele
nummers en op de tweede plaats het algemene nummer (zie
tabel 2).



Iedere gebruiker is daardoor ook apart bereikbaar: als iemand
van buiten het nummer 444 44 44 belt, zullen alleen de toestellen
van persoon 4 overgaan. Bovendien is per gebruiker (dus per
poort) een indicatie van de kosten beschikbaar. Als persoon 2
vanaf poort 2 naar buiten belt, zullen de kosten van dit gesprek
op de nota verschijnen onder nummer 222 22 22. De kosten
worden namelijk toegewezen aan het nummer dat op de eerste
positie is geprogrammeerd. Daarnaast zijn alle gebruikers op
het hoofdnummer 111 11 11 bereikbaar: als iemand 111 11 11
belt, zullen alle toestellen overgaan.

3 Bekabeling aanleggen: Om de toestellen van de medewerkers of
gezinsleden aan te sluiten, zal vanaf poort 1 een kabel naar kantoor/
kamer 1 getrokken moeten worden. Op kantoor/kamer 1
plaatst u een telefoonstopcontact, waarop de toestellen aangesloten
kunnen worden. Hetzelfde doet u van poort 2 naar kantoor/
kamer 2 etc.

Praktijksituatie 3: de thuiswerker
3 Situatie: U woont en werkt in hetzelfde gebouw. U wilt minstens
drie nummers hebben: uw persoonlijke nummer in de woonkamer
en de slaapkamer, uw zakelijk nummer op uw kantoor en
een derde nummer als apart faxnummer voor de fax (zakelijk
gebruik) die ook op het kantoor staat. De kosten van uw zakelijk
en uw persoonlijk verkeer wilt u gescheiden op uw nota terug
zien.
2 Poorten en nummers toewijzen aan gebruikers: U wilt in zowel de
slaapkamer als de woonkamer minstens één toestel plaatsen.
Beide toestellen moeten hetzelfde nummer krijgen. U kunt één
poort toewijzen aan de slaapkamer en één poort aan de woonkamer.
Op beide poorten programmeert u hetzelfde nummer.
Uw zakelijk toestel en uw zakelijke fax sluit u aan op verschillende
poorten (poort 3 en 4). Op poort 3 respectievelijk 4 programmeert
u nummer 222 22 22 respectievelijk 333 33 33. Door uw
fax en telefoon op verschillende poorten aan te sluiten en ze
verschillende nummers te geven, voorkomt u dat uw faxapparaat
een telefoongesprek aanneemt (zie tabel 3).



Als u gebeld wordt op nummer 111 11 11 zullen de toestellen in
de woon- en slaapkamer overgaan.
Als u belt, respectievelijk faxt vanaf uw kantoor, zullen de kosten
op de nota verschijnen onder nummer 222 22 22, respectievelijk

333 33 33. Op die manier weet u voor welk bedrag u zakelijk
hebt gebeld en gefaxt.
3 Bekabeling aanleggen: Om de toestellen in de woonkamer aan
te sluiten, trekt u vanaf poort 1 een kabel naar de woonkamer.
In de woonkamer plaatst u dan een telefoonstopcontact, waarop
u toestellen kunt aansluiten. Hetzelfde doet u van poort 2
naar de slaapkamer. Vervolgens legt u een kabel aan van poort 3
naar de telefoon in het kantoor, maar ook een kabel van poort 4
naar het kantoor. In het kantoor legt u minimaal twee stopcontacten
aan: één voor de telefoon en één voor de fax.

2.6 Bestaande apparatuur aansluiten op de Quattrovox

Doorgaans is de Quattrovox in de meterkast opgehangen. U kunt
uw analoge apparatuur (telefoon, fax, antwoordapparaat e.d.) op 2
manieren aansluiten op de Quattrovox: rechtstreeks, of via een telefoonstopcontact.
Daarvoor zal bekabeling aangelegd moeten worden.
In Primafoon of Business Center vindt u alle materialen die u
nodig hebt. Bij Primafoon is de brochure ‘Teleklusser’ verkrijgbaar,
waarin u een toelichting vindt op het aanleggen van bekabeling
voor uw analoge apparatuur.
Uiteraard is het ook mogelijk tegen betaling de bekabeling aan te
laten leggen door een monteur van KPN Telecom.

Let op!
Sluit per poort van de Quattrovox niet teveel toestellen aan. Het aantal
toestellen dat u achter elke poort kunt aansluiten hangt af van de
belastingsfactor van ieder toestel. De belastingsfactor is de belasting
die elk toestel meebrengt voor de buitenlijn. De belastingsfactor
vindt u op een sticker op de onderkant van dat toestel. Per poort
mag de gezamenlijke belastingsfactor van alle toestellen niet hoger
zijn dan 62,5. Als de som van de belastingsfactoren hoger is dan 62,5
is het mogelijk dat van één van of meer toestellen het belsignaal
niet meer functioneert.
Als op de sticker op een toestel niet de belastingsfactor maar de
aansluitfactor staat vermeld, dan moet u deze aansluitfactor met 25
vermenigvuldigen om de belastingsfactor van dat toestel uit te rekenen.
Een toestel met belastingsfactor 1 heeft dus aansluitfactor 25.

Apparatuur rechtstreeks met telefoonaansluitsnoer aansluiten
op de Quattrovox

Als het toestel dat u wilt aansluiten in de buurt van de Quattrovox
staat, kunt u dit toestel rechtstreeks aansluiten op een van de aansluitpunten
van de Quattrovox.
Telefoon aansluiten
1 Steek – als dat nog niet is gebeurd – de ene ministekker van het
aansluitsnoer in het aansluitpunt van de telefoon (zie afbeelding
4, e).
> U hoort een klik als de ministekker goed vastzit.
2 Steek de andere ministekker van het aansluitsnoer in het aansluitpunt
1, 2, 3 of 4 van de Quattrovox.
> U hoort een klik als de ministekker goed vastzit.

Apparatuur met telefoonkabel met ministekkers aansluiten op
de Quattrovox

Als u een toestel in een andere ruimte wilt aansluiten dan de
Quattrovox, kunt u een telefoonkabel leggen met aan beide uiteinden
een ministekker. Steek de ministekker van het ene uiteinde van
deze telefoonkabel in het aansluitpunt van de Quattrovox. Test vervolgens
de Quattrovox (zie paragraaf 2.4, Quattrovox testen).

Apparatuur met telefoonkabel (1x4) zonder ministekkers aansluiten
op de Quattrovox

Als u een toestel in een andere ruimte wilt aansluiten dan de
Quattrovox, dan kunt u een telefoonkabel (1x4) zonder ministekkers
leggen. U doet dat als volgt:
1 In de ruimte van het toestel plaatst u een telefoonstopcontact.
2 In de ruimte van de Quattrovox plaatst u een een aansluitdoos
met een ministekkeringang.
3 Sluit de telefoonkabel aan op het telefoonstopcontact en de
aansluitdoos met een ministekkeringang.
4 Verbind vervolgens de aansluitdoos met een poort van de
Quattrovox. Hiervoor gebruikt u een aansluitsnoer met aan
beide kanten een ministekker.
5 Sluit de telefoon aan op het telefoonstopcontact.